De vraag duikt zelden op in financieel-planning-gesprekken, maar voor wie de zeventig nadert wel toenemend relevant: als ik later in een verpleeghuis kom, wat doet mijn vermogen dan met de eigen bijdrage die ik betaal? Het verschil tussen €200 per maand en €3.000 per maand zit voor een groot deel in hoe uw vermogen wordt gewogen. Met een €1–3 miljoen aan privé- of alt-fondsen-vermogen is dat geen marginaal verschil.
Hoe het zit
Bij opname onder de Wet langdurige zorg (Wlz) — verpleeghuis, kleinschalig wonen, intramurale gehandicaptenzorg — berekent het CAK een eigen bijdrage per maand. Twee varianten:
- Lage eigen bijdrage (LEB) — de eerste 4 maanden van opname, of bij thuiszorg via een modulair pakket. Maximum 2026: € 1.115,80 per maand bij verblijf, € 933,60 bij mpt of pgb.
- Hoge eigen bijdrage (HEB) — vanaf maand 5 in een instelling. Maximum 2026: € 3.061,80 per maand.
Welke u betaalt hangt af van uw bijdrageplichtig inkomen. En dáár komt het vermogen binnen via de vermogensinkomensbijtelling (VIB).
De vermogensinkomensbijtelling
Voor de CAK-berekening telt 4% van uw vermogen boven een drempel mee als ware het inkomen. Twee dingen die hier vaak misgaan.
Het percentage is 4%, niet 8%: dat is per 1 januari 2019 gehalveerd. En de drempel is niet het heffingsvrij vermogenHeffingsvrij vermogenHet deel van uw box 3-vermogen waarover geen belasting wordt geheven: € 59.357 per persoon in 2026, dus het dubbele met een fiscaal partner. Geldt over uw hele box 3-vermogen samen en niet per belegging — een fondsdeelname erbij vult de vrijstelling dus niet opnieuw. van de Belastingdienst. Het CAK hanteert een eigen toetsbedrag dat een stuk lager ligt, en past dat toe op uw rendementsgrondslag per 1 januari — bezittingen minus schulden, dus vóór het heffingsvrij vermogen. Voor 2026:
- Toetsbedrag alleenstaand: € 36.952
- Toetsbedrag met partner: € 73.904
Even belangrijk: het CAK rekent met het peiljaar van twee jaar eerder. Uw eigen bijdrage over 2026 is gebaseerd op uw inkomen en vermogen van 2024. Wie vandaag in een fonds stapt, merkt dat pas over twee jaar in zijn bijdrage — en wie afbouwt, ook.
Een rekenvoorbeeld. Stel: een 78-jarige weduwe met een AOW plus pensioen van samen € 36.000 per jaar en een rendementsgrondslag van € 800.000 op 1 januari 2024 (deels in vastgoed- en private-debt-fondsen).
| Bedrag | |
|---|---|
| Vermogen boven het toetsbedrag | € 763.048 |
| VIB (4%) | € 30.522 |
Die € 30.522 komt bovenop haar inkomen ná belasting en ná de aftrekposten die het CAK toepast — zak- en kleedgeld, premie Zvw en een leeftijdsafhankelijke aftrekpost. Wat er dan overblijft gedeeld door twaalf is de hoge eigen bijdrage, met een maximum van € 3.061,80 per maand.
Bij dit vermogen loopt zij tegen dat maximum aan. Dat is het punt dat het meest telt voor uw allocatie: boven een bepaald vermogen verandert extra vermogen niets meer aan de bijdrage. De bijtelling doet zijn werk in de zone eronder. Reken uw eigen situatie na met de rekenhulp van het CAK.
Wat dit voor uw allocatie betekent
Drie observaties die in onze gesprekken terugkomen:
- Uw alt-fondsen wegen één-op-één mee, ook als ze illiquide zijn. De CAK kijkt naar het box 3-vermogen op de peildatum — niet naar hoe makkelijk u het kunt liquideren. €500.000 in een PE-fonds met nog drie jaar lock-up telt evenveel mee als €500.000 op een spaarrekening.
- De eigenwoning telt niet mee. Vermogen dat in box 1 zit (eigen woning minus hypotheek) blijft buiten de VIB. Voor wie kan schuiven binnen redelijke termijn — bijvoorbeeld hypotheek aflossen — is dat een afweging tussen twee bestemmingen van hetzelfde geld — de eigen huis versus alternatieven-tool rekent die kant tegen kant door.
- Schenken aan kinderen voor de opname werkt — als u op tijd bent. Schenkingen die het bijdrageplichtig vermogen verlagen, doen dat pas vanaf de peildatum erna. Wachten tot een opname concreet is, is doorgaans te laat. Voor wie er over nadenkt: de schenking-ladder rekent een meerjarige overdracht door.
Wat we hier niet claimen
Het CAK gebruikt een fijnkorrelige tabel met verschillende schijven en correcties (alleenstaande versus gehuwd, hardheidsclausule bij plotseling verlies van inkomen, omgekeerde inkomensvergelijking voor partners). Het rekenvoorbeeld hierboven is een ruwe indicatie en verder niets: wij hebben geen Wlz-rekenhulp op deze site. Voor uw eigen bijdrage gebruikt u de rekenhulp van het CAK of belt u hetcak.nl.
Dit artikel is geen advies over of u uw vermogen voor uw vijfenzestigste zou moeten verschuiven. Dat raakt aan estate planning, schenkbelasting, liquiditeit-behoefte voor uw partner en uw eigen levenstandaard. Met een notaris of estate planner werkt u dat persoonlijk uit. Hier alleen het rekensommetje, met de juiste vraag: weet u hoeveel van uw fonds-vermogen in een latere zorgsituatie aan eigen bijdrage zou opgaan?
Wat doet uw vermogen aan eigen bijdrage?
Het CAK rekent met uw inkomen en vermogen van twee jaar eerder. Voor bijdragejaar 2026 telt dus uw situatie op 1 januari 2024 — wie nu instapt in een fonds merkt dat pas over twee jaar. Voor de officiële berekening: de rekenhulp van het CAK.
De bijdrage staat op het maximum van € 3.062 per maand — extra vermogen verhoogt hem niet verder.
Het CAK trekt eerst een toetsbedrag van uw rendementsgrondslag af (€36.952 alleenstaand, €73.904 met partner) en telt 4% van het meerdere bij uw inkomen op. Let op: dat toetsbedrag is iets anders dan het heffingsvrij vermogen van de Belastingdienst en ligt lager. De verschuldigde belasting over 2024 is hier geschat; dat is de grootste bron van afwijking. Deze rekensom volgt het Besluit langdurige zorg, maar houdt geen rekening met alle uitzonderingen. Geen advies.