Begrippenlijst
103 termen, kort.
Het vocabulaire dat een memorandum bekend veronderstelt. Eén of twee zinnen per term — genoeg om verder te lezen, niet meer.
#
1 termvrijstelling · prospectusvrijstelling
Vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht voor aanbiedingen vanaf €100.000 per belegger. De aanbieding zelf valt niet onder AFM-toezicht; de beheerder kan dat wel zijn (AIFMD).
Lees het artikel →A
4 termenBij faillissement van de uitgever krijgt een achtergestelde lening pas terugbetaald nadat andere schuldeisers zijn voldaan. Hoger rendement, hoger risico.
Autoriteit Financiële Markten. Houdt toezicht op gedragsregels en informatievoorziening in de Nederlandse financiële sector. Zie de Wft voor de wettelijke grondslag.
AIFMD light · registratieregime
Lichter registratieregime voor beheerders onder de AUM-drempels. Minder zware rapportage- en bewaardereisen dan een volledige vergunning.
Volledige vergunning onder de Alternative Investment Fund Managers Directive. Verplicht voor beheerders met meer dan €100M AUM (of €500M zonder leverage). Strengste regime.
B
8 termenleverage
Mate waarin het fonds gebruik maakt van vreemd vermogen naast inleg van beleggers. Vergroot zowel rendement als risico.
bps · basispunt
100 basispunten = 1 procentpunt. Gebruikt voor kleine renteverschillen. Een fee-drag van 200 bps per jaar verlaagt het jaarlijks rendement met 2 procentpunt.
depositary
Onafhankelijke partij die de activa van het fonds bewaart en transacties op kasstroomniveau controleert. Onder AIFMD-vergunning verplicht; onder light-regime niet altijd. Niet hetzelfde als de fondsadministrateur.
Occupancy rate · Verhuurgraad
Welk deel van de ruimte verhuurd is, meestal naar oppervlakte of naar huurwaarde. Leegstand raakt het directe rendement onmiddellijk, want de kosten lopen door.
Inkomstenbelasting op aanmerkelijk belang — relevant wanneer u dividend uit uw holding-BV naar privé uitkeert. Tarief 2026: 24,5% tot € 68.843 winst, 31% daarboven. Zolang de winst in de holding blijft, valt er geen box 2 — alleen VPB op realisatie.
Inkomstenbelasting over vermogen voor particulieren. In 2026: 36% × 6,00% fictief rendement = 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari, ongeacht of er werkelijk rendement is. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement — hoofdregel zou een vermogensaanwasbelasting worden, die ook ongerealiseerde waardestijging belast; dat voorstel is nog niet aangenomen.
Lees over privé vs holding-BV →Contracted · Merchant · Regulated
Infrastructuur verdient op drie manieren, met sterk verschillend risico. Contracted: een vooraf afgesproken vergoeding, bijvoorbeeld een stroomafnamecontract — weinig marktrisico, maar u loopt het risico van de tegenpartij. Merchant: verkoopt tegen marktprijs, bijvoorbeeld een centrale of een tolweg. Regulated: het tarief wordt door een toezichthouder vastgesteld.
besloten vennootschap
Besloten vennootschap. Rechtspersoon. Voor de belegger niet-transparant: winst wordt eerst belast bij de BV (vpb) voordat een dividend uitgekeerd kan worden.
C
12 termenCompound Annual Growth Rate
Compound Annual Growth Rate: constant jaarlijks rendement dat een begin- naar eindwaarde verklaart. Gaat ervan uit dat inleg vanaf dag 1 vaststaat en aan het eind volledig vrijkomt. Conservatieve maatstaf voor PE — onderschat de prestatie op werkelijk-uitstaand kapitaal.
IRR vs XIRR vs CAGR →Kapitaalcall · Storting
Het verzoek van de beheerder om een deel van uw toezegging over te maken. U stort dus niet in één keer, maar in tranches wanneer het fonds investeringen doet — meestal met enkele weken opzegtermijn.
carry
Aandeel van de beheerder in de winst boven de hurdle. Klassiek 20% — vandaar "2 & 20" (2% management fee, 20% carried).
Mechanisme waarmee de beheerder, na het halen van de hurdle, alle vervolgrendementen krijgt totdat de afgesproken winstverdeling weer in evenwicht is.
terugvordering carried interest
Afspraak die de beheerder verplicht te veel ontvangen winstdeling terug te betalen als het fonds over de hele looptijd de hurdle niet haalt. Nodig bij afrekening per transactie: vroege exits kunnen carry opleveren die latere verliezen achteraf onterecht maken. Bij een Europese whole-fund-waterval speelt het nauwelijks, omdat er dan pas carry is als alle inleg terug is.
gesloten fonds
Fonds met vaste looptijd en gesloten kapitaalstructuur. Uittreden tussentijds doorgaans alleen via een secundaire markt.
toezegging
Het totale bedrag dat een belegger toezegt te storten in het fonds. Wordt niet in één keer betaald — de beheerder roept het in tranches op (capital calls) naarmate er deelnemingen worden gekocht. Het commitment is de basis voor de fee-berekening en de winstverdeling.
continuation vehicle · GP-led secondary
Nieuw fonds waarin een beheerder een of meer bedrijven uit een aflopend fonds onderbrengt, zodat hij ze langer kan aanhouden. Bestaande beleggers mogen kiezen: uitstappen tegen de vastgestelde prijs of mee overgaan. De beheerder staat daarbij aan beide kanten van de tafel — de prijsvorming en het stemproces zijn hier het punt om na te lopen.
Wat zijn secondaries-fondsen →cooperatie · coöperatief u.a. · cooperatief u.a.
Rechtspersoon met leden in plaats van aandeelhouders; bij fondsen vrijwel altijd een coöperatie U.A. (uitgesloten aansprakelijkheid). Niet fiscaal transparant: de coöperatie betaalt zelf vennootschapsbelasting. Voor een belegger die via een BV of NV meedoet is het verschil met aandelen wezenlijk — lidmaatschap van een coöperatie telt altijd als deelneming, ongeacht de omvang van het belang, terwijl voor aandelen een drempel van 5% geldt.
ongecorreleerd · correlatiecoëfficiënt
Maat tussen -1 en +1 voor de mate waarin twee beleggingen samen bewegen. Bij +1 bewegen ze identiek, bij 0 los van elkaar, bij -1 tegengesteld. Het argument voor alternatieve fondsen leunt hierop: een lage correlatie met aandelen dempt de uitslagen van de portefeuille als geheel. Lees een gepubliceerd correlatiecijfer bij illiquide fondsen wel met terughoudendheid — de waarde berust op een NAV die per kwartaal wordt geschat en niet op een dagelijkse koers, en die schatting is uit haar aard vlakker dan de werkelijkheid. Een deel van de gemeten lage correlatie is dan meetmethode, geen spreiding.
Vaste, periodieke rente-uitkering. Typisch voor private debt en obligatieachtige fondsen.
commanditaire vennootschap
Commanditaire vennootschap. Personenvennootschap met een beherend en stille vennoten. Geen rechtspersoon. Sinds 1 januari 2025 fiscaal transparant: er wordt niet op fondsniveau geheven, de belegger wordt zelf belast voor zijn aandeel in de bezittingen en schulden.
D
3 termenVPB-regeling die dividend en verkoopwinst op een kwalificerend belang onbelast laat bij de moedervennootschap. Wanneer u kwalificeert hangt af van de rechtsvorm van het fonds: bij een coöperatie U.A. is lidmaatschap altijd genoeg, ongeacht de omvang (art. 13 lid 2 sub c Wet Vpb); bij een BV- of NV-fonds vanaf 5% van het nominaal gestort kapitaal; bij een fiscaal transparant fonds (cv of besloten fgr) is de vraag niet aan de orde, want er is geen zelfstandige laag om vrij te stellen. Let op de tweede poort: de vrijstelling voorkomt heffing bij ú, niet bij het fonds — over huur en rente betaalt het fonds zelf gewoon vennootschapsbelasting.
Waarom de ene fondsstructuur uw holding VPB kost →Income return · Huurrendement
Het deel van het rendement dat uit exploitatie komt — huur na kosten en rente — tegenover het indirecte rendement, dat uit waardestijging komt. Bij vastgoed en landbouwgrond is die splitsing gebruikelijk; het directe deel is het cijfer waarop een belegger die inkomen zoekt daadwerkelijk kiest.
Distributions to Paid-In
Distributions to Paid-In: cumulatief uitgekeerd door het fonds gedeeld door cumulatief gestort. DPI = 1,0× betekent: u heeft uw inleg terug. > 1,5× wordt industrie-breed als sterk gezien. Cash op de bank, niet papier-waarde.
Lees uitleg →E
4 termeneerste storting
Het deel van uw commitment dat u bij ondertekening direct stort. De rest wordt later opgevraagd naarmate de beheerder deals sluit. Bij fondsen die onder de €100k-vrijstelling worden aangeboden is de eerste tranche doorgaans precies die € 100.000, ook als u meer toezegt.
Essentiële-informatiedocument · KID
Essentiële-informatiedocument (PRIIPS-KID). Verplicht standaarddocument met risico-indicator, scenario-rendementen en kosten. Voor vrijgestelde fondsen niet altijd vereist.
European Long-Term Investment Fund · ELTIF 2.0
Europees fondslabel voor langetermijnbeleggingen dat onder voorwaarden aan particulieren mag worden aangeboden. Sinds de herziening van 2024 (ELTIF 2.0) zijn de instapdrempel en de portefeuille-eisen versoepeld, waardoor illiquide strategieën vanaf enkele duizenden euro's bereikbaar worden. Voor wie boven de €100.000-vrijstelling belegt zelden goedkoper — wel een signaal dat de aanbieder onder Europees retail-toezicht wil werken.
Wat is een ELTIF? →exits · verkoop deelneming
De verkoop van een portefeuillebedrijf of pand, en daarmee het moment waarop papieren waarde echte kasstroom wordt. Bij private equity meestal een verkoop aan een andere partij of een beursgang; het is de gebeurtenis die de distributies op gang brengt en waar de carried interest op wordt afgerekend.
F
5 termenHet verschil tussen het bruto-rendement (vóór fees) en het netto-rendement (na fees), uitgedrukt in basispunten per jaar. Een fee-drag van 200 bps betekent dat fees 2 procentpunt rendement per jaar afslaan.
feederfonds · feeder fund · master-feeder
Een fonds dat zelf niet belegt maar het geld van zijn deelnemers doorstort in één hoofdfonds (de master). Gebruikelijk om beleggers uit verschillende landen of met verschillende ticketgroottes gescheiden te houden. Let op waar de kosten en de fiscale kwalificatie zitten: die kunnen op feeder- en masterniveau verschillen.
fonds voor gemene rekening
Fonds voor gemene rekening. Contractuele constructie zonder rechtspersoonlijkheid. Sinds 1 januari 2025 alleen nog zelfstandig belastingplichtig als het aan de nieuwe wettelijke definitie voldoet — anders fiscaal transparant. Welke variant geldt, staat in het prospectus of informatiememorandum.
fiscale partner · fiscaal partnerschap
Echtgenoten en geregistreerd partners, en samenwonenden die aan een van de wettelijke voorwaarden voldoen. Fiscaal relevant omdat schijven en vrijstellingen dan samen tellen: de lage box 2-schijf loopt tot € 137.686 in plaats van € 68.843, en het heffingsvrij vermogen in box 3 telt dubbel. Dat verdubbelt de kraan, niet het tarief.
fund administrator · fondsadministratie
De partij die de boeken van het fonds voert en de intrinsieke waarde (NAV) berekent — doorgaans per maand of kwartaal. Grote namen in Nederland zijn Trustmoore, IQ-EQ, Bolder Group, Citco en AssetCare. De administrateur berekent, hij controleert niet: een oordeel over de jaarcijfers komt van de accountant. Wie de administrateur is, staat in het fondsdocument.
G
2 termenGP · beherend vennoot
De partij die het fonds beheert, de beleggingen selecteert en aansprakelijk is voor het beleid. Deelt mee in de winst via carried interest en legt doorgaans zelf een bedrag in (het GP-commitment). Tegenhanger van de limited partners, die kapitaal leveren maar niet besturen.
skin in the game · eigen inleg beheerder
Het bedrag dat de beheerder zelf in zijn eigen fonds stopt, meestal 1% tot 5% van het fondsvermogen. Het maakt zijn belang gelijk aan dat van de beleggers: een beheerder die niets eigen geld inlegt, verliest bij tegenvallende resultaten alleen zijn carried interest.
Skin in the game →H
6 termenHet deel van uw box 3-vermogen waarover geen belasting wordt geheven: € 59.357 per persoon in 2026, dus het dubbele met een fiscaal partner. Geldt over uw hele box 3-vermogen samen en niet per belegging — een fondsdeelname erbij vult de vrijstelling dus niet opnieuw.
Herbelegging · Reinvestment
Toggle die distributies (uitgekeerd kapitaal vanaf de harvest-jaren) terugplaatst in een Wereld-ETF tegen een aangenomen jaarlijks rendement. Maakt scenario’s waarin u het geld terugbrengt naar privé én scenario’s waarin u in de BV blijft eerlijker vergelijkbaar — anders telt vroeger uitgekeerd geld ten onrechte als "klaar".
recovery period · time to recovery
Hoe lang het duurde voordat een belegging na haar diepste punt weer op de oude waarde stond. De maat die het verschil laat zien tussen een scherpe dip en een structureel probleem — en bij een fonds met een vaste looptijd de vraag of het herstel überhaupt binnen die looptijd past.
HWM · high water mark
Hoogste waarde die het fonds ooit bereikte, als drempel voor de performance fee: pas boven dat niveau mag de beheerder opnieuw meedelen in de winst. Zonder high-water mark kan een fonds na een verlies over hetzelfde herstel twee keer laten betalen. Speelt vooral bij open-end en hedge-achtige fondsen die per periode afrekenen; bij klassieke closed-end private equity doet de whole-fund waterval dit werk. Niet hetzelfde als de hurdle: de hurdle is een minimumrendement, de high-water mark een geheugen van eerdere verliezen.
persoonlijke holding
Persoonlijke besloten vennootschap waarin een particulier zijn vermogen onderbrengt. Voor vermogende particulieren met PE/VC-deelnames het meest voorkomende vehikel — winst wordt niet jaarlijks (zoals in box 3 bij privé) maar pas bij realisatie belast (VPB), waardoor kapitaal tussentijds onbelast compoundt. Pas voordelig bij voldoende AUM: oprichting + jaarlijkse administratie/accountantskosten zijn ~€ 1.500–3.000 per jaar.
preferred return
Minimumrendement dat de belegger moet halen voordat de beheerder performance fee mag rekenen. Vaak 7–8% bij private equity.
I
3 termenEuropean Association for Investors in Non-Listed Real Estate Vehicles. Stelt rapportagestandaarden op voor niet-beursgenoteerd vastgoed.
internal rate of return
Internal rate of return: de discontovoet waarbij de netto contante waarde van alle kasstromen — uw stortingen én de uitkeringen — precies nul is. In private equity de standaardmaat, omdat het kapitaal in tranches wordt opgevraagd en een gemiddeld jaarrendement dat niet kan verwerken. De IRR weegt timing mee: een uitkering in jaar drie telt zwaarder dan hetzelfde bedrag in jaar acht.
IRR, XIRR en CAGR →Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland. Belangenbehartiger voor pensioenfondsen, verzekeraars en grote vastgoedfondsen.
J
1 termKarakteristiek verloop van het netto rendement in een PE/VC-fonds: de eerste drie tot vier jaar negatief (kosten lopen, deelnemingen worden conservatief gewaardeerd, exits zijn nog ver weg), daarna gestaag positief naarmate de fondsmanager portefeuillebedrijven verkoopt.
K
1 termL
6 termenLP · commanditaire vennoot · stille vennoot
De belegger in een fonds. Levert kapitaal, deelt in de winst en is aansprakelijk tot ten hoogste zijn toezegging, maar heeft geen zeggenschap over de beleggingen — bemoeienis met het beleid kan die beperkte aansprakelijkheid juist doorbreken.
Illiquiditeitspremie
Het extra rendement dat u krijgt voor het feit dat uw kapitaal jaren vastzit — niet te koop op een beurs. Ruwe maatstaf: fonds-CAGR minus benchmark-CAGR (publieke aandelen-ETF) bij dezelfde horizon. Positief = de illiquiditeit wordt gecompenseerd; negatief = u had beter publiek kunnen beleggen.
Geplande duur van het fonds, van eerste storting tot finale verkoop. Het genoemde aantal jaren is een streefgetal, geen garantie: veel fondsen kennen verlengingsopties die de looptijd verlengen, en een fonds kan ook eerder eindigen als de portefeuille eerder wordt verkocht. Wij tonen daarom de beoogde looptijd en, waar het memorandum die noemt, het maximum inclusief verlenging. Bij open-end is de looptijd onbepaald. Tussentijds uittreden is doorgaans niet mogelijk of alleen via een secundaire markt.
TER · OCF
Totale jaarlijkse kosten als percentage van het fondsvermogen — management fee, bewaarderkosten, audit en administratie samen.
loan-to-value
Verhouding tussen het uitgeleende bedrag en de getaxeerde waarde van het onderpand. Lagere LTV = grotere buffer bij waardedaling.
Fiscale herkwalificatie waarbij asymmetrische winst op een aandelenpakket (typisch carried interest of managementparticipatie) niet als vermogen maar als loon wordt belast — in box 1 tot 49,5%, of vanaf 2026 in box 2 als de winst eerst in een holding-BV landt en daaruit wordt uitgekeerd. Speelt voor fondsmanagers, niet voor passieve LP's.
M
5 termenJaarlijkse beheervergoeding, meestal als percentage van de toezegging of NAV. In PE typisch 1,5–2%; in vastgoed vaak lager.
drawdown · maximale terugval
De grootste daling van top tot dal die een belegging heeft doorgemaakt, in procenten. Zegt meer over de pijngrens dan een gemiddeld rendement: een fonds met 8% gemiddeld en een drawdown van 45% is iets anders dan hetzelfde gemiddelde met een drawdown van 12%.
Volatiliteit, max drawdown en hersteltijd →mezzaninefinanciering
Financieringslaag tussen senior schuld en eigen vermogen in. Wordt pas terugbetaald nadat de senior partij is voldaan, en draagt daarvoor een hogere rente — vaak deels bijgeschreven in plaats van betaald (PIK). Bij tegenvallende waarde is dit de laag die als eerste geraakt wordt.
Senior secured, mezzanine en direct lending →Markets in Financial Instruments Directive. Europees kader voor beleggingsdiensten. Relevant wanneer een aanbieder beleggingsadvies geeft of orders uitvoert.
MOIC
Totale uitkering gedeeld door totale inleg. Een multiple van 1,8x betekent dat de belegger 1,8 keer de inleg terugkrijgt. Voor één enkele deal heet dit MOIC; voor het hele fonds TVPI.
Lees DPI/TVPI/MOIC uitgelegd →N
8 termenIRR op fund-level cashflows ná aftrek van management fee, carried interest en kosten. Dit is wat de LP daadwerkelijk overhoudt; de meest gebruikte maatstaf in fondsdocumenten. Tegenhanger: Gross IRR (op deal-niveau, vóór fund-fees).
IRR vs XIRR vs CAGR →Bruto = vóór management fee, performance fee en kosten. Netto = wat de belegger uiteindelijk ontvangt. Vergelijk altijd op netto-basis.
Non accrual
Een lening waarop het fonds geen rente meer bijschrijft omdat betaling onwaarschijnlijk is. Loopt vooruit op een afboeking: het cijfer beweegt eerder dan het verliespercentage.
Nederlandse particuliere effectenbeurs voor niet-beursgenoteerde fondsen en vermogenstitels. Functioneert in de praktijk als secundaire markt voor LP-belangen; matchpunten zijn doorgaans periodiek en transacties vinden vaak plaats tegen een NAV-korting van 5–15%.
Net Publisher's Share · Net Publishers Share
Net Publisher's Share: de royalty-inkomsten die de uitgever overhoudt ná uitbetaling aan schrijvers en mede-uitgevers. Muziekcatalogi worden gewaardeerd als een veelvoud hiervan — de laatste jaren doorgaans 15 tot 30 keer, afhankelijk van hoe stabiel de inkomsten zijn.
naamloze vennootschap
Naamloze vennootschap. Rechtspersoon met vrij overdraagbare aandelen, zelf vennootschapsbelastingplichtig. Bij fondsen zeldzamer dan de bv; u houdt een belang in de vennootschap, niet in de onderliggende bezittingen.
Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen
Branchevereniging voor Nederlandse private-equity en venture-capitalpartijen. Lidmaatschap impliceert het hanteren van een gedragscode.
O
4 termenobligatie
U koopt een vordering op de uitgevende partij, geen aandeel in een fondsvermogen. Er is dus geen deelneming en geen deel in de winst: u heeft recht op rente en aflossing, en staat bij een faillissement in de rij van schuldeisers.
zekerheden · securities
Activa (vastgoed, vorderingen, aandelen) waarover een pand- of hypotheekrecht is gevestigd ten gunste van de fondsbeleggers.
Fonds neemt doorlopend nieuw kapitaal aan en kent geen vaste einddatum. Uittreden meestal mogelijk op vaste momenten, vaak met opzegtermijn.
plaatsingskosten · emissiekosten · instapvergoeding · instapkosten
Eenmalige kosten bij toetreden — vaak een percentage van uw toezegging, voor structurering, juridische opzet en plaatsing van de eenheden. Heet in fondsdocumenten ook instapvergoeding, emissiekosten of plaatsingskosten.
P
5 termenPaid-in capital · gestort kapitaal · PIC
Cumulatief kapitaal dat de belegger werkelijk in het fonds heeft gestort, op basis van capital calls. Bij een commitment van € 250k en drie tranches gestort, is paid-in € 100k + € 50k + € 50k + € 50k = € 250k aan het einde van de drawdown-periode. Als verhouding tot uw toezegging heet dit de PIC: is € 150k van € 250k opgevraagd, dan is de PIC 60% — en voor het restant moet u liquide blijven.
Vergoeding voor de beheerder boven een afgesproken drempel (hurdle). Bij private equity meestal als carried interest gestructureerd.
Payment-in-kind · Payment in kind
Rente die niet wordt betaald maar bij de hoofdsom wordt opgeteld. Telt in de boeken mee als opbrengst terwijl er geen geld binnenkomt. Een aandeel ver boven de markt (circa 4%) kan betekenen dat de beheerder kasrente uitstelt bij debiteuren die het moeilijk hebben.
Public Market Equivalent · Kaplan-Schoar
Public Market Equivalent (Kaplan-Schoar, 2005): simuleert dezelfde capital calls en distributies in een publieke index. PME 1,2× betekent dat het fonds 20% méér terugbetaalt dan dezelfde cashflows in de ETF zouden hebben opgeleverd. Industrie-standaard voor de "private vs public" vergelijking op identieke timing.
Door de AFM goedgekeurd document waarin het fonds, de risico's en de kosten staan. Vrijgestelde aanbiedingen onder de €100k-drempel kennen geen goedgekeurd prospectus; daarvoor in de plaats komt vaak een informatiememorandum.
R
3 termenSRI · risicoklasse · samenvattende risico-indicator
Schaal 1–7 die het risico van een belegging samenvat, voorgeschreven door de PRIIPs-verordening en berekend door de beheerder zelf: markt- en kredietrisico. De naam misleidt, want de indicator weegt de looptijd niet als risico — die staat in de formule juist in de noemer — en illiquiditeit verhoogt hem niet; die levert een waarschuwing ernaast op. Op deze site staan alle fondsen met een indicator op 6 of 7 van 7. Wij nemen het cijfer over uit het essentiële-informatiedocument; wij rekenen zelf niets uit, en zonder document staat er geen cijfer.
Rollende vintage · Vintage-ladder · Fondsenladder
Elke paar jaar opnieuw toezeggen aan een volgende vintage, zodat er doorlopend fondsen in verschillende levensfasen naast elkaar staan. Spreidt het instapmoment — bij illiquide fondsen een van de weinige knoppen die de belegger zelf heeft — en betaalt de volgende toezegging uit de uitkeringen van de vorige zodra de reeks op gang is. Gebruikelijk bij family-offices.
Wat doorrollen op lange termijn doet →Residual Value to Paid-In
Residual Value to Paid-In: het deel van uw belang dat nog in het fonds zit (NAV) gedeeld door cumulatief gestort. Daalt naar nul aan het einde van de looptijd terwijl DPI omhoog gaat.
S
5 termenPlatform of mechanisme waar bestaande beleggers hun aandelen kunnen aanbieden aan nieuwe beleggers. Vaak periodiek, soms tegen korting op NAV.
senior · eerste rang
Lening met de hoogste rang én zekerheden, meestal een eerste hypotheek- of pandrecht. Wordt bij een gedwongen verkoop als eerste terugbetaald, vóór mezzanine en achtergestelde partijen. Lagere rente, en dat is de prijs van die voorrang.
Senior secured, mezzanine en direct lending →Artikel 6 · Artikel 8 · Artikel 9
Sustainable Finance Disclosure Regulation. Classificatie in artikel 6 (geen ESG-focus), 8 (promoot duurzaamheidskenmerken) of 9 (duurzame belegging als doel).
société d’investissement à capital variable
Buitenlandse fondsvorm met veranderlijk kapitaal, meestal Luxemburgs of Frans. De fiscale behandeling wijkt af van een Nederlandse cv of fgr en hangt af van het belastingverdrag; laat die voor uw eigen situatie nagaan.
Renteopslag · Credit spread
De opslag boven de risicovrije rente, in basispunten. Maakt rentes over de tijd vergelijkbaar: 8% in 2021 en 8% in 2026 zijn verschillende beloften omdat de marktrente ertussen is verschoven. In de Europese private-debtmarkt ligt de mediaan rond 525 basispunten.
T
6 termenTime-charter equivalent · Time charter equivalent
De netto dagopbrengst van een schip ná reiskosten als brandstof, havengelden en kanaalrechten. De eenheid waarin de scheepvaart rekent, en de enige manier om twee schepen van hetzelfde type op hun verdiencapaciteit te vergelijken.
Sinds 2025 mag een belastingplichtige in box 3 aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het fictieve — dan wordt over het werkelijke geheven. Voor illiquide fondsen in J-curve-jaren (NAV nog rond cost basis, geen distributies) kan dat de heffing aanzienlijk drukken. Niet automatisch; vereist onderbouwing in de aangifte.
Total Global Expense Ratio · Totale kostenratio
Alle jaarlijkse kosten van een fonds samen, als percentage van het vermogen. INREV meet voor institutioneel Europees vastgoed circa 0,9% van de brutowaarde. Fondsen in dit segment liggen daar doorgaans ruim boven: kleiner fonds, dezelfde vaste kosten.
trackrecord · historisch rendement
De gerealiseerde resultaten van eerdere fondsen van dezelfde beheerder. Alleen bruikbaar als u weet wat er is meegeteld: afgewikkelde fondsen of ook lopende, wel of niet gecorrigeerd voor de fondsen die het slecht deden, en behaald bij deze organisatie of bij een vorige werkgever. Een track record zonder die drie antwoorden is een opgave, geen bewijs.
Hoe valideer je een track record →Een deel van een groter geheel dat afzonderlijk wordt opgevraagd, uitgegeven of terugbetaald. Bij een toezegging: de portie die de beheerder in één capital call ophaalt. Bij een lening: een laag met eigen rang en rente, zoals senior naast mezzanine.
Total Value to Paid-In
Total Value to Paid-In: (cumulatief uitgekeerd + huidige NAV van uw belang) / cumulatief gestort. TVPI = DPI + RVPI. Aan einde van een fonds is RVPI 0 en TVPI = DPI.
Lees uitleg →U
1 termpayout · distributie
Periodieke of einde-looptijd betaling van rendement aan beleggers. Frequentie verschilt per fonds: van maandelijks (private debt) tot uitsluitend aan het eind (klassieke PE). Vaak bedoeld als netto cashflow op uw rekening, soms herbelegbaar.
V
5 termenvpb
Belasting over winst van rechtspersonen. Tarief 2026: 19% tot € 200.000 winst, 25,8% daarboven. Voor een holding-BV die in een fonds participeert: heffing pas bij realisatie (exit of distributie), niet jaarlijks over de NAV. Dat uitgestelde karakter maakt de holding fiscaal aantrekkelijk voor lange-looptijd illiquide beleggingen.
Lees over privé vs holding-BV →Activa van het fonds staan juridisch los van het vermogen van de beheerder. Bij faillissement van de beheerder blijven de fondsactiva intact.
vermogenswinst
Heffing op de werkelijk gerealiseerde winst bij verkoop of distributie — in tegenstelling tot een vermogensaanwasbelasting, die jaarlijks over de waardeontwikkeling heft. In het wetsvoorstel voor box 3 is de aanwasvariant de hoofdregel; deze realisatievariant geldt alleen als uitzondering voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen. Een gewone fondsdeelname valt dus onder de hoofdregel en zou jaarlijks worden belast, ook zonder uitkering.
Vintage year · Vintage jaar · Jaargang
Het jaar waarin een fonds zijn eerste capital call doet. Vintages bepalen de markt-context van een fonds en zijn de standaard-as voor peer-vergelijking: een 2020-vintage PE-buyout-fonds vergelijk je niet met een 2008-vintage van dezelfde manager.
Waarom doorrollen meer oplevert →standaarddeviatie · beweeglijkheid
De spreiding van rendementen rond hun gemiddelde, meestal als standaarddeviatie per jaar. Bij illiquide fondsen sterk misleidend: de waarde wordt niet dagelijks verhandeld maar periodiek getaxeerd, en dat maakt de reeks glad zonder dat het risico kleiner is.
Volatiliteit, max drawdown en hersteltijd →W
4 termenDefault rate
Het deel van de leningen waarop niet volledig is terugbetaald. Niet hetzelfde als het verliespercentage: dat is wat er ná uitwinning van het onderpand daadwerkelijk verloren ging. Een fonds kan 3% wanbetaling hebben en 0,3% verlies. Vraag altijd welke definitie de aanbieder hanteert — die is niet marktbreed vastgelegd.
Distribution waterfall · Waterfall
De volgorde waarin het geld wordt verdeeld: eerst uw kapitaal terug, dan de preferred return, dan een catch-up voor de beheerder, dan de winstsplitsing. Of dat over het hele fonds gaat (Europees) of per transactie (Amerikaans) scheelt vaak meer dan het verschil in beheervergoeding.
Weighted Average Unexpired Lease Term · Gewogen resterende huurtermijn
De gemiddelde resterende looptijd van de huurcontracten, gewogen naar huuropbrengst. Zegt hoelang de huurinkomsten vastliggen. Kijk er altijd naast hoeveel contracten binnen twee jaar aflopen — een lange WAULT kan één lang contract zijn naast tien die zo verlopen.
Wet op het financieel toezicht
Wet op het financieel toezicht. Het Nederlandse wettelijke kader voor financieel toezicht, waaronder regels voor prospectussen en de €100k-vrijstelling.
X
1 termIRR op exact-date cashflows. Bij PE-fondsen de standaard voor net rendement uit LP-perspectief — meet het geld-gewogen rendement op werkelijk uitstaand kapitaal. Doorgaans hoger dan CAGR-op-commitment omdat capital calls het kapitaal pas later doen werken.
IRR vs XIRR vs CAGR →Geen term gevonden. Wij nemen alleen begrippen op die in de documenten van deze fondsen daadwerkelijk voorkomen.
Een term die u mist, kunt u melden bij de redactie. Wij nemen alleen begrippen op die in de documenten van deze fondsen daadwerkelijk voorkomen.
Let op! Buiten AFM-toezicht op de aanbieding. Alle 50 fondsen op deze site zijn vrijgesteld van prospectus- en vergunningplicht. Belangrijke informatie Toezicht · rendement · risico · fiscale behandeling · hoe wij worden betaald Alle acht punten Inklappen
- Geen beleggingsadvies
- Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan het fondsdocument van de aanbieder — een prospectus of, bij een vrijgesteld fonds, een informatiememorandum — en aan openbare bronnen.
- Vrijstelling, geen inhoudelijk toezicht
- Alle 50 fondsen op deze site worden aangeboden onder de wettelijke vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht; de AFM houdt daar geen inhoudelijk toezicht op onder de Wft. Welke minimale inleg per fonds geldt, staat op de fondspagina.
- Rendement is een streefcijfer
- Getoonde rendementen zijn streefcijfers of contractuele coupons — nooit een toezegging. Het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen.
- Uw inleg staat vast
- Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk.
- Fiscaal: privé of via een vennootschap
- Neemt u in privé deel, dan valt uw belang in box 3 en wordt het forfaitair belast. Houdt u de deelneming via een holding-BV, dan gelden de vennootschapsbelasting en mogelijk box 2 — en de uitkomst kan aanzienlijk verschillen. Vergelijk beide in de rekentool.
- SFDR zegt niets over toezicht
- SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring.
- Hoe wij worden betaald
- Een gesprek met een aanbieder is kosteloos — voor u en voor de aanbieder. Wij verdienen aan aanbieders die een betaald partnerprofiel afnemen: een vast jaarbedrag voor een rijker profiel en een gelabelde vermelding. Dat koopt geen plek in een lijst, geen cijfer en geen oordeel, en u betaalt ons nooit iets.
- Voordat u beslist
- Vergelijk altijd het volledige fondsdocument — het prospectus of het informatiememorandum — en, indien beschikbaar, het Essentiële-Informatiedocument (Eid). Een vrijgesteld fonds kent die laatste twee doorgaans niet.
Volledige disclaimer Over de €100k-vrijstelling Begrippenlijst