De meeste fondsen op deze site kiezen bezittingen: een gebouw, een lening, een onderneming. Een macrofonds kiest geen bezittingen maar een opvatting over de wereld — over rentes, valuta, inflatie, groei — en zoekt daarna het instrument dat het beste betaalt als die opvatting klopt.
Dat is een fundamenteel andere manier van geld verdienen, en ze brengt haar eigen soort fouten mee.
Hoe een positie ontstaat
Het begint bovenaan. De beheerder komt tot een oordeel: deze centrale bank zal later verlagen dan de markt verwacht, die munt is te duur, die grondstof loopt tegen een tekort aan.
Vervolgens kiest hij het instrument. Vrijwel altijd derivaten — rentefutures, valutatermijncontracten, indexfutures — en zelden de onderliggende zaak zelf. Dat heeft twee redenen die er voor u toe doen: het is liquide, dus posities kunnen snel worden op- en afgebouwd, en er is weinig kapitaal voor nodig om een grote positie te dragen. Dat laatste betekent hefboom, vrijwel per definitie.
Een macrofonds houdt daarom doorgaans veel contanten aan naast een portefeuille die veel groter is dan die contanten suggereren.
Twee smaken
Discretionair. Mensen nemen de beslissingen. Het oordeel is de rendementsbron, en de kwaliteit van het fonds is de kwaliteit van dat oordeel. Voordeel: een mens kan iets nieuws herkennen waar geen historie voor bestaat. Nadeel: hij kan ook overtuigd te lang aan een verkeerd idee vasthouden.
Systematisch. Regels nemen de beslissingen, meestal op basis van prijstrends: stijgt iets al een tijd, koop; daalt het, ga short. Deze fondsen — vaak trendvolgers genoemd — hebben geen mening over de wereld, alleen over de richting waarin prijzen bewegen. Ze presteren opvallend vaak goed in langgerekte crises, omdat een trend die maanden aanhoudt precies is waar het model op ingericht is. Ze doen het slecht in markten die heen en weer schommelen zonder richting.
Waarom mensen het naast hun portefeuille zetten
Omdat de winst niet uit dezelfde bron komt. Een rentepositie of een valutapositie kan opleveren in een jaar waarin aandelen en vastgoed allebei zakken — niet gegarandeerd, maar wel plausibel, want de opvatting gaat over een andere variabele.
Daar komt de liquiditeit bij: waar de rest van deze site over fondsen gaat waar u jaren in vastzit, handelt een macrofonds in de meest verhandelbare markten die er zijn. Dat maakt het een ander type positie binnen een vermogen dat verder grotendeels vastligt.
Wat er misgaat, en het is bijna altijd hetzelfde
Gelijk hebben op het verkeerde moment. Dit is het kenmerkende faalpatroon van macro. De opvatting kan volledig juist zijn — die munt ís te duur — en toch verliest de positie, omdat de markt er twee jaar over doet om het met u eens te worden. Met hefboom haalt u dat einde niet.
De positie is groter dan hij oogt. Doordat derivaten weinig kapitaal vragen, kan een fonds een blootstelling dragen van een veelvoud van zijn vermogen. Vraag daarom niet alleen naar het rendement maar naar de omvang van de posities en naar wat er gebeurt bij een beweging die twee of drie keer zo groot is als normaal.
Één idee, meerdere posities. Een portefeuille kan er gespreid uitzien — een valuta, een rente, een grondstof — terwijl alle drie op dezelfde verwachting rusten. Gaat die verwachting niet door, dan verliezen ze samen. Vraag welke aanname er onder de hele portefeuille ligt, niet welke posities erin zitten.
Een trendmodel verliest in een richtingloze markt. Bij systematische fondsen is een reeks kleine verliezen tijdens zijwaartse markten geen storing maar het ontwerp. Wie dat niet weet, stapt eruit vlak voor de periode waarvoor hij het kocht.
Wat u dan wél vraagt
Naar het slechtste jaar en de verklaring erbij. Naar de omvang van de blootstelling, niet alleen het resultaat. En naar hoe lang de beheerder een positie aanhoudt waarin hij gelooft maar die verliest — want dat antwoord vertelt u of hij een discipline heeft of alleen een overtuiging.
Voor de bredere familie: de risico’s van hedge-strategieën, en wat is een hedgefonds voor hoe macro zich verhoudt tot de andere vormen.