Fee-impact
Wat doet een fee-structuur echt over tien jaar?
Alternatieve fondsen rekenen typisch 2% management + 20% performance boven een hurdle van 8%. Een brede ETF zit op 0,1–0,4%. Bij gelijk brutorendement vergelijken we beide naast elkaar — om scherp te zien wat de fee-structuur kost over de looptijd, in euro's en in basispunten per jaar. Vergelijking bij gelijk bruto. Of het alternatieve fonds dat hogere kostenniveau waard is, hangt af van de illiquiditeitspremie en alpha die er níet in dit model zit.
Bij hetzelfde brutorendement van 12,0% houdt u in dit fonds € 218.749 minder over dan in een alternatief met 0,3% lopende kosten — +376 bps per jaar. Dat is geen oordeel over het fonds: de vraag is of de illiquiditeitspremie en het beheer dat verschil goedmaken. Die twee zitten hier niet in.
Voor beide kanten gelijk — alleen de kosten verschillen.
De TER omvat de beheervergoeding doorgaans al; er wordt met de hoogste van de twee gerekend, nooit met de som.
Pas boven dit rendement deelt de beheerder mee.
Eenmalig, over de inleg.
Waar u het fonds tegen afzet.
Waar het verschil zit
| Post | Het fonds | Alternatief | |
|---|---|---|---|
| Bruto eindwaarde | € 776.462 | € 776.462 | Zelfde rendement, zelfde inleg — hier is nog niets betaald. |
| Opzetkosten | −€ 5.000 | −€ 0 | Eenmalig, en meteen aan het begin — dus over de hele looptijd geen rendement meer. |
| Beheer en lopende kosten | −€ 102.433 | −€ 14.072 | De hoogste van beheervergoeding en TER, elk jaar over het vermogen. |
| Performance fee | −€ 63.059 | −€ 0 | Alleen over het rendement boven de hurdle van 8,0%. |
| Gemist rendement | −€ 71.238 | −€ 8.910 | Wat de weggehaalde kosten hadden opgebracht als ze waren blijven staan. Zonder deze regel telt de kolom niet op. |
| Netto eindwaarde | € 534.731 | € 753.480 | Verschil € 218.749. |
Wat hier niet in zit
- De illiquiditeitspremie en eventuele alpha van het fonds — beide reëel, maar niet in euro’s te vangen zonder aannames die de vergelijking kleuren.
- Belasting. Dit is een vergelijking vóór box 3 of vennootschapsbelasting.
- Transactiekosten bij in- en uitstappen van het goedkope alternatief.
- Dat een streefrendement geen gegarandeerd rendement is — beide kanten krijgen hier hetzelfde bruto.
Wat is fee-drag?
Een beheervergoeding en een lopende-kostenfactor (TER) klinken als twee aparte posten, maar de TER omvat de beheervergoeding doorgaans al. Een fonds met 2% beheervergoeding en 2,4% TER rekent dus 2,4% per jaar — niet 4,4%. Deze calculator neemt daarom altijd de hoogste van de twee, nooit de som: optellen zou hetzelfde kostenniveau twee keer meetellen. Dat verschil, uitgesmeerd over tien jaar op een groeiend vermogen, is wat we hier "fee-drag" noemen.
Hoe lees ik de uitkomst?
De vergelijking gaat uit van een gelijk brutorendement voor beide posities — het alternatieve fonds krijgt hier dus geen voordeel of nadeel toegedicht voor zijn eigen rendementsprofiel, enkel de kostenstructuur verschilt. De uitkomst toont het verschil in euro's aan het eind van de looptijd, en in basispunten per jaar — zodat u de kostenimpact kunt vergelijken los van de omvang van uw inleg.
Veelgestelde vragen
Waarom rekent u met een gelijk brutorendement, terwijl fondsen zelf een hoger streefrendement noemen? Omdat een streefrendement niet gegarandeerd is en dus geen eerlijke vergelijkingsbasis vormt — dit model isoleert uitsluitend het effect van kosten.
Wat zit er niet in dit model? De illiquiditeitspremie en eventuele alpha van het alternatieve fonds — beide zijn reëel, maar niet objectief in euro's te vangen zonder aannames die de vergelijking zouden kleuren. Zie ze als het deel van de afweging dat u zelf weegt, naast de kostenimpact die deze tool wél laat zien.
Andere tools
Alle tools →Let op! Buiten AFM-toezicht op de aanbieding. Alle 50 fondsen op deze site zijn vrijgesteld van prospectus- en vergunningplicht. Belangrijke informatie Toezicht · rendement · risico · fiscale behandeling · hoe wij worden betaald Alle acht punten Inklappen
- Geen beleggingsadvies
- Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan het fondsdocument van de aanbieder — een prospectus of, bij een vrijgesteld fonds, een informatiememorandum — en aan openbare bronnen.
- Vrijstelling, geen inhoudelijk toezicht
- Alle 50 fondsen op deze site worden aangeboden onder de wettelijke vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht; de AFM houdt daar geen inhoudelijk toezicht op onder de Wft. Welke minimale inleg per fonds geldt, staat op de fondspagina.
- Rendement is een streefcijfer
- Getoonde rendementen zijn streefcijfers of contractuele coupons — nooit een toezegging. Het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen.
- Uw inleg staat vast
- Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk.
- Fiscaal: privé of via een vennootschap
- Neemt u in privé deel, dan valt uw belang in box 3 en wordt het forfaitair belast. Houdt u de deelneming via een holding-BV, dan gelden de vennootschapsbelasting en mogelijk box 2 — en de uitkomst kan aanzienlijk verschillen. Vergelijk beide in de rekentool.
- SFDR zegt niets over toezicht
- SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring.
- Hoe wij worden betaald
- Een gesprek met een aanbieder is kosteloos — voor u en voor de aanbieder. Wij verdienen aan aanbieders die een betaald partnerprofiel afnemen: een vast jaarbedrag voor een rijker profiel en een gelabelde vermelding. Dat koopt geen plek in een lijst, geen cijfer en geen oordeel, en u betaalt ons nooit iets.
- Voordat u beslist
- Vergelijk altijd het volledige fondsdocument — het prospectus of het informatiememorandum — en, indien beschikbaar, het Essentiële-Informatiedocument (Eid). Een vrijgesteld fonds kent die laatste twee doorgaans niet.
Volledige disclaimer Over de €100k-vrijstelling Begrippenlijst