De belofte van een marktneutraal fonds is ongewoon: het rendement zou niet moeten afhangen van of de beurs stijgt of daalt. Niet minder afhangen — niet afhangen.
Dat klinkt als een truc en het is er geen, maar de manier waarop het wordt bereikt bepaalt precies waar het misgaat.
De constructie
Het fonds koopt voor ongeveer evenveel als het short verkoopt. Staat er voor honderd long en voor honderd short, dan heffen die twee elkaars beursgevoeligheid grotendeels op: stijgt de markt tien procent, dan wint de longkant en verliest de shortkant ongeveer evenveel.
Wat overblijft is het verschil tussen wat hij kocht en wat hij shortte. Doen de gekochte bedrijven het twee procent beter dan de geshorte, dan is dat de opbrengst — of de beurs nu omhoog of omlaag ging.
De marktrichting is daarmee uit de vergelijking gehaald. Het oordeel van de beheerder is alles wat overblijft.
Waarom er dan toch hefboom bij komt
Hier zit de eigenschap die de meeste mensen missen.
Het verschil tussen twee vergelijkbare aandelen is klein. Een strategie die netto twee procent per jaar aan verschil oogst, is voor een belegger niet interessant. Om er een aantrekkelijk rendement van te maken, wordt de hele constructie vergroot: niet honderd long en honderd short, maar driehonderd en driehonderd, met geleend geld.
Het gevolg is dat het risico van plaats verandert in plaats van te verdwijnen. Marktrisico is eruit; hefboomrisico is erin. En hefboom werkt precies verkeerd op het slechtste moment: gaat het mis, dan eist de financier meer onderpandOnderpandActiva (vastgoed, vorderingen, aandelen) waarover een pand- of hypotheekrecht is gevestigd ten gunste van de fondsbeleggers., moet er verkocht worden om dat op te brengen, en dat verkopen duwt de posities verder de verkeerde kant op.
De vormen die u tegenkomt
Pair trading — twee sterk verwante bedrijven, de ene gekocht, de andere geshort, in de verwachting dat hun koersverschil terugkeert naar normaal.
Statistische arbitrage — hetzelfde idee, maar met honderden posities tegelijk, gekozen door een model op basis van historische patronen. Geen enkele positie is op zichzelf overtuigend; het geheel moet het doen.
Marktneutraal binnen een sector — long en short in dezelfde bedrijfstak, zodat ook het sectorrisico wegvalt en alleen het oordeel over de individuele onderneming overblijft.
Waar de neutraliteit vandaan komt, en wanneer ze weg is
Dit is het punt waar het bij deze strategie op aankomt. “Marktneutraal” is geen eigenschap die vaststaat, maar een meting: de beheerder schat op basis van het verleden hoe gevoelig zijn posities zijn voor de markt, en zet de long- en shortkant zo dat die gevoeligheden elkaar opheffen.
Die schatting komt uit historische data. In rustige tijden klopt hij goed. In een echte schok verandert het gedrag van de markt zelf: verbanden die jaren stabiel waren, breken tegelijk. Dan is de portefeuille niet meer neutraal — precies op het moment dat u erop rekende.
Daar komt bij dat veel van deze fondsen naar vergelijkbare signalen kijken en dus in vergelijkbare posities zitten. Moet één grote partij afbouwen, dan bewegen de posities van alle anderen mee, zonder dat er aan de bedrijven zelf iets veranderde. Dat mechanisme — samen in dezelfde deur — is de reden dat marktneutrale fondsen soms allemaal tegelijk een slechte maand hebben.
Hoe u ernaar kijkt
Het rendementspatroon van een geslaagde marktneutrale strategie is een reeks kleine positieve maanden. Dat oogt uitzonderlijk stabiel, en het is de reden dat deze fondsen aantrekkelijk ogen naast een aandelenportefeuille — zie diversificatie via market-neutral strategieën.
Maar juist bij zo’n vlak patroon zegt het gemiddelde weinig. Vraag naar de slechtste maand ooit, naar wat er toen gebeurde, en naar de hefboom die op dat moment openstond. Volatiliteit, max drawdown en hersteltijd legt uit waarom die drie samen een ander beeld geven dan een gemiddeld jaarrendement, en de risico’s van hedge-strategieën waarom “stabiel tot het niet meer werkt” hier een terugkerend patroon is.