Risico-indicator

Eén cijfer, en het komt niet van ons.

Het risicocijfer op onze fondspagina's komt uit het essentiële-informatiedocument van het fonds. Wij nemen het over; wij rekenen niets bij en wij stellen niets bij. Hieronder staat hoe de beheerder eraan komt, waarom bijna elk fonds op deze site hetzelfde cijfer draagt, en wat de indicator naar de tekst van de verordening zelf niet vastlegt.

Kies een klasse om de toelichting te lezen
Klasse 1 VEV minder dan 0,5%

Volgens de verordening is dit de laagste risicoklasse. Geen enkel fonds op deze site draagt deze klasse.

Klasse 2 VEV 0,5% tot 5%

Volgens de verordening is dit een lage risicoklasse. Geen enkel fonds op deze site draagt deze klasse.

Klasse 3 VEV 5% tot 12%

Volgens de verordening is dit een middelgroot-lage risicoklasse. Geen enkel fonds op deze site draagt deze klasse.

Klasse 4 VEV 12% tot 20%

Volgens de verordening is dit een middelgrote risicoklasse. Geen enkel fonds op deze site draagt deze klasse.

Klasse 5 VEV 20% tot 30%

Volgens de verordening is dit een middelgroot-hoge risicoklasse. Geen enkel fonds op deze site draagt deze klasse.

Klasse 6 VEV 30% tot 80%

Volgens de verordening is dit de op één na hoogste risicoklasse. 30 van de 34 fondsen met een indicator dragen deze klasse.

Klasse 7 VEV meer dan 80%

Volgens de verordening is dit de hoogste risicoklasse. 4 van de 34 fondsen met een indicator dragen deze klasse.

Waar het cijfer vandaan komt.

Twee maatstaven, één tabel, en een formule waarin uw houdperiode in de noemer staat.

De indicator heet in de wet de samenvattende risico-indicator en wordt voorgeschreven door de PRIIPs-verordening; de rekenwijze staat in bijlage II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653. Hij combineert twee maatstaven: het marktrisico en het kredietrisico. Het marktrisico volgt uit de geannualiseerde volatiliteit van de value at risk bij een betrouwbaarheidsgraad van 97,5% over de aanbevolen periode van bezit (punt 1). Die volatiliteit valt in een van zeven banden — de chips hierboven (punt 2). Het kredietrisico komt er via een tabel bij; is dat laag, dan is de indicator gelijk aan de marktrisicoklasse (punt 52).

Op het document zelf leest u de uitleg die de verordening woordelijk voorschrijft: «De samenvattende risico-indicator is een richtsnoer voor het risiconiveau van dit product ten opzichte van andere producten. De indicator laat zien hoe groot de kans is dat beleggers verliezen op het product wegens marktontwikkelingen of doordat er geen geld voor betaling is.»

De AFM kent dit cijfer niet toe en toetst het document niet vooraf. De beheerder rekent het zelf uit volgens de voorgeschreven formule. Het is dus een wettelijk voorgeschreven berekening, geen oordeel van de toezichthouder.

Waarom bijna elk fonds hier op 6 staat.

Het marktrisico wordt normaal gemeten aan de beweging van de koers. Een priip met een minder regelmatig dan maandelijks bepaalde koers valt in categorie 1 (bijlage II, punt 4 onder c), en voor die categorie schrijft punt 8 de uitkomst voor: marktrisicoklasse 6. Daar komt bij dat een beleggingsinstelling geacht wordt zelf geen kredietrisico in te houden (punt 34). Bij een besloten Nederlands fonds dat per kwartaal of per jaar een waarde vaststelt, is de 6 dus een regel en geen meting.

30 van de 34 fondsen op klasse 6
4 op een andere klasse

Vier op de vijf fondsen krijgen hetzelfde cijfer. Als ordening van deze markt is de indicator daarmee onbruikbaar; als feit over één fonds is hij dat niet. Daarom staat hij op de fondspagina en niet als kolom in onze tabellen.

Looptijd en illiquiditeit staan ernaast, niet erin.

De aanbevolen periode van bezit zit in de formule in de noemer: de volatiliteit wordt gedeeld door de wortel van die periode in jaren (bijlage II, punt 13). Een langere houdperiode verlaagt de uitkomst dus rekenkundig — het tegenovergestelde van wat een lezer verwacht die denkt dat «langer vast» hetzelfde is als «risicovoller».

En illiquiditeit verhoogt het cijfer niet. Deel 4 van bijlage II noemt een fonds illiquide als er geen secundaire markt en geen alternatieve liquiditeitsfaciliteit is, als beëindiging alleen onder aanmerkelijke beperkende voorwaarden of met toestemming van de beheerder kan, of als beëindiging vóór de einddatum niet mogelijk is (punt 57). Het enige gevolg staat in bijlage III punt 3: dan hoort er een waarschuwing naast de indicator, samen met het tijdskader van de aanbevolen periode van bezit. Op onze fondspagina's staat die waarschuwing daarom náást het cijfer en niet ergens anders.

Wat de indicator niet meeneemt.

De verordening erkent dat gat zelf: bijlage III punt 4(b) vraagt om «een toelichting op de risico's die van materieel belang zijn voor het priip maar die niet afdoende konden worden vastgelegd in de SRI». Dit zijn de 6 kenmerken die wij daarvoor uit het fondsdocument halen. Wij tellen ze niet op: er komt geen tweede cijfer uit.

Looptijd en liquiditeit

Hoe lang uw geld vaststaat, en of er een uitweg is. Een overdrachtsclausule zonder markt is geen liquiditeit — overdraagbaar is niet hetzelfde als verhandelbaar. Deze twee zitten niet in de indicator: de aanbevolen periode van bezit staat in de formule juist in de noemer, en illiquiditeit levert volgens de verordening een waarschuwing náást het cijfer op.

Gevuld uit: looptijd, lock-up en de secundaire-marktbepaling uit het fondsdocument

Onderpand en zekerheden

Gedekte vorderingen en de rangorde. Wij vatten een gevuld zekerhedenveld niet samen als «hard onderpand»: «tweede verband» en «eerste recht van hypotheek» staan allebei in dat veld en betekenen niet hetzelfde. Een leeg veld betekent «niet vastgesteld», nooit «geen zekerheden».

Gevuld uit: de zekerheden en de rangorde (achtergesteld ja of nee)

Exit-risico en J-curve

Een fonds zonder vast uitkeringsritme betaalt pas terug zodra deelnemingen worden verkocht — gefaseerd, en met de opbrengst van elke verkoop afhankelijk van de markt op dát moment. Een fonds dat per kwartaal uitkeert, betaalt onderweg terug en heeft die afhankelijkheid gespreid.

Gevuld uit: het uitkeringsschema

Hefboom

Bankfinanciering vergroot rendement én risico. Wij kijken door de structuur heen: financiering op fonds-, project- óf onderliggend-fondsniveau telt allemaal — voor uw uitkomst maakt het niet uit op welke verdieping de schuld hangt. Staat er niets over in het document, dan zeggen wij dat: «niets gevonden» is geen bewijs dat er geen hefboom is.

Gevuld uit: de bankfinancieringsbepaling, ook op doorkijkbasis

Concentratie

Een fonds met een handvol deelnemingen draagt meer single-name-risico dan een fonds met dertig. Een fund-of-funds kijkt door naar tientallen onderliggende bedrijven en is structureel breder gespreid.

Gevuld uit: het beoogde of gerealiseerde aantal posities, en of het een fund-of-funds is

Track record van de beheerder

Een beheerder met afgewikkelde fondsen is navolgbaar; een eerste fonds is dat niet. Alleen afgewikkelde fondsen van déze organisatie tellen — een oprichtingsjaar zegt niets over wat er is opgeleverd, en een exit bij een eerdere werkgever zegt niets over dit vehikel.

Gevuld uit: de afgewikkelde fondsen op het aanbiederprofiel

Wanneer er geen cijfer staat.

Bij 16 van de 50 fondsen. Drie oorzaken, en ze betekenen niet hetzelfde.

Wij hebben het document niet. Dat betekent niet dat het niet bestaat. Een beheerder die deelnemingsrechten aanbiedt aan particuliere beleggers moet een essentiële-informatiedocument opstellen en vóór de instap op een website zetten — ook onder het registratieregime, en ook als de inleg vanaf € 100.000 begint; de prospectusvrijstelling stelt niet vrij van deze plicht. Alleen wie uitsluitend aan professionele beleggers aanbiedt hoeft het niet (AFM, sectorbrief AIFM-light populatie, 30 juni 2025). Wij rekenen in dat geval geen eigen cijfer uit — dat deden wij tot 9 september 2026 wél, en die uitkomst was niet vergelijkbaar met de indicator van de fondsen ernaast. Vraag het document bij de aanbieder.

Het document is er, maar het cijfer staat er als plaatje in. Gemeten op Woned C.V. en Vlootfonds Hanzevast 3: de zin «De bovenstaande risico indicator» staat in de tekstlaag van de pdf, het cijfer erboven niet. Wij lezen die met de hand na.

Het enige document dat wij vonden gaat over een ander fonds. Eén beheerder heeft vaak meerdere fondsen met bijna dezelfde naam, en de indicator van fonds II zegt niets over fonds III. Dan laten wij het cijfer liever leeg. Op 9 september 2026 stond op één fondspagina zes weken de indicator van een vastrentend zusterfonds; dat is de reden dat het koppelscript sindsdien álle gezette waarden hertoetst in plaats van ze over te slaan.

En wanneer het cijfer een opgave is. Sinds 10 september 2026 kan een aanbieder de indicator en de aanbevolen periode van bezit zelf aandragen via zijn portaal, alleen als hij het essentiële-informatiedocument daar ook heeft geüpload. Tot wij het cijfer naast dat document hebben gelegd staat er onder het cijfer «opgave van de aanbieder» en geen bronregel; daarna staat er wanneer wij het nakeken. Wijzigt de aanbieder het cijfer, dan vervalt dat stempel en begint het opnieuw als opgave.

Wat hier tot 9 september 2026 stond.

Een eigen weging over zes factoren. Die is weg als cijfer; de factoren zijn gebleven.

Tot die datum berekenden wij zelf een klasse 1 tot 7: elk van de zes kenmerken hierboven kreeg een subscore en een gewicht, en het gewogen gemiddelde was de klasse. Zodra het essentiële-informatiedocument een indicator noemde ging die vóór, en anders stond er ons eigen cijfer. Gemeten op de gepubliceerde fondsen kwamen daardoor 46 cijfers uit het document en 14 uit onze weging — twee onvergelijkbare grootheden in dezelfde kolom, en de 4-en en 5-en op de site waren vrijwel allemaal van ons.

Besluit: het document is de enige bron. Wat wij zelf vaststellen is geen tweede cijfer maar de lijst hierboven, en waar wij het document niet hebben staat er geen getal. Dat kost dekking — 16 van de 50 fondsen dragen nu geen indicator, tegen vier voordien — en levert vergelijkbaarheid op: elk cijfer dat er staat, staat ook op het document dat de belegger zelf krijgt.

Wat er niet meer is, en niet terugkomt: een redactionele bijstelling van de klasse. Wij hebben de volatiliteit van een fonds niet berekend en kunnen de uitkomst van de beheerder dus niet corrigeren. Vinden wij het cijfer misleidend, dan schrijven wij dat op — zoals op deze pagina — in plaats van het getal te veranderen.

Nog niet nagekeken.

Eén openstaand punt, en het raakt de verwijzingen op deze pagina.

De bijlagen II tot en met V van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 zijn gewijzigd door Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2268, van toepassing sinds 1 januari 2023. De verwijzingen hierboven zijn getoetst aan de tekst van 12 april 2017; de geldende geconsolideerde versie hebben wij nog niet nagelopen. De inhoud van de regels die wij aanhalen is in de Engelse tekst van de geldende technische standaard ongewijzigd, maar de punt- en bijlagenummers kunnen zijn verschoven. Zodra wij de Nederlandse consolidatie hebben opgehaald, staat dat hier niet meer.

Laatst herzien op 9 september 2026. Volgende herziening: januari 2027.
Terug naar de methodologie →
Let op! Buiten AFM-toezicht op de aanbieding. Alle 50 fondsen op deze site zijn vrijgesteld van prospectus- en vergunningplicht. Belangrijke informatie Toezicht · rendement · risico · fiscale behandeling · hoe wij worden betaald Alle acht punten Inklappen
Geen beleggingsadvies
Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan het fondsdocument van de aanbieder — een prospectus of, bij een vrijgesteld fonds, een informatiememorandum — en aan openbare bronnen.
Vrijstelling, geen inhoudelijk toezicht
Alle 50 fondsen op deze site worden aangeboden onder de wettelijke vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht; de AFM houdt daar geen inhoudelijk toezicht op onder de Wft. Welke minimale inleg per fonds geldt, staat op de fondspagina.
Rendement is een streefcijfer
Getoonde rendementen zijn streefcijfers of contractuele coupons — nooit een toezegging. Het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen.
Uw inleg staat vast
Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk.
Fiscaal: privé of via een vennootschap
Neemt u in privé deel, dan valt uw belang in box 3 en wordt het forfaitair belast. Houdt u de deelneming via een holding-BV, dan gelden de vennootschapsbelasting en mogelijk box 2 — en de uitkomst kan aanzienlijk verschillen. Vergelijk beide in de rekentool.
SFDR zegt niets over toezicht
SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring.
Hoe wij worden betaald
Een gesprek met een aanbieder is kosteloos — voor u en voor de aanbieder. Wij verdienen aan aanbieders die een betaald partnerprofiel afnemen: een vast jaarbedrag voor een rijker profiel en een gelabelde vermelding. Dat koopt geen plek in een lijst, geen cijfer en geen oordeel, en u betaalt ons nooit iets.
Voordat u beslist
Vergelijk altijd het volledige fondsdocument — het prospectus of het informatiememorandum — en, indien beschikbaar, het Essentiële-Informatiedocument (Eid). Een vrijgesteld fonds kent die laatste twee doorgaans niet.

Volledige disclaimer Over de €100k-vrijstelling Begrippenlijst

De nieuwsbrief van Fondskompas

Eén keer per maand: wat er veranderde in de Nederlandse fondsenmarkt.

Wat er nieuw is De fondsen die die maand op Fondskompas verschenen, met aanbieder en categorie. Zijn het er meer dan zes, dan noemt de mail het totaal.
Wat wij uitzochten Onze uitleg over begrippen, structuren, risico en toezicht. Geschreven om een memorandum te kunnen lezen, niet om iets te verkopen.
Wat betaald is Een aanbieder kan een vermelding kopen. Die staat onder een eigen kop, "Van onze partners" — nooit tussen de redactionele keuze.

Eén keer per maand, nooit vaker. Uitschrijven met één klik, en je adres gebruiken we alleen hiervoor — privacyverklaring.