Wie een alternatief beleggingsfonds beoordeelt, begint meestal bij het rendement. Dat is begrijpelijk en het is ook wat aanbieders het liefst laten zien. Maar er is een simpeler getal dat vaker ontbreekt dan u zou verwachten, en dat veel meer zegt over waar u instapt: hoe groot is het fonds eigenlijk?
Wij publiceren op dit moment 64 fondsprofielen. Bij het opnieuw doorrekenen van die verzameling viel op hoe ongelijk de dekking is op precies dat punt. Negenentwintig van de 64 fondsen noemen een eigen fondsomvang. Nog geen helft. Die 29 zijn samen goed voor ongeveer 1,1 miljard euro aan beheerd vermogen — maar wat de andere 35 bij elkaar beheren, is uit openbare bronnen niet vast te stellen.
Een kanttekening vooraf, want die is wezenlijk: dit gaat over de fondsen die wij volgen, niet over de Nederlandse markt. Er bestaat geen vrije, machineleesbare bron die de totale markt voor niet-beursgenoteerde fondsen in Nederland dekt. Brancheorganisaties publiceren hun cijfers grotendeels achter een lidmaatschap. Alles hieronder is dus een rollup van onze eigen collectie, met alle selectie-effecten van dien.
Waar het gat het diepst is
De verdeling maakt het scherper. Onze 64 fondsen vallen uiteen in zeven categorieën:
| Categorie | Fondsen | Noemt omvang |
|---|---|---|
| Vastgoed | 34 | 22 |
| Private debt | 10 | 1 |
| Private equity | 10 | 3 |
| Venture capital | 7 | 1 |
| Scheepvaart | 1 | 1 |
| Grondstoffen | 1 | 0 |
| Muziekrechten | 1 | 1 |
| Totaal | 64 | 29 |
Eén categorie springt eruit, en niet in de goede richting. Private debt telt tien fondsen en daarvan noemt er één zijn omvang. Bij private equity zijn het er drie van de tien, bij venture capital één van de zeven. Samen is dat 27 van de 64 fondsen — ruim een derde van alles wat wij publiceren — waar het cijfer in vijf van de zes gevallen ontbreekt.
Voor private debt is dat extra ongelukkig. Bij een leningenfonds is de fondsomvang geen ijdel cijfer maar een risicomaat: hij bepaalt over hoeveel debiteuren het kredietrisico gespreid kan worden. Een fonds van 15 miljoen met twintig leningen loopt een fundamenteel ander concentratierisico dan een fonds van 200 miljoen met driehonderd. Zonder omvang kunt u dat verschil niet zien, ook niet als beide fondsen precies hetzelfde streefrendement noemen.
Vastgoed doet het veruit het best, met 22 van de 34. Dat is geen toeval: vastgoedfondsen rapporteren vaker een objectportefeuille, en daaruit volgt de omvang bijna vanzelf.
Het is zelden onwil
De verleiding is groot om hier kwade opzet in te lezen. Dat is meestal niet terecht, en onze eigen data laten zien waarom.
Bij alle 64 fondsen staat in ons profiel een expliciet label over de datakwaliteit, en bij 61 daarvan luidt dat “deels op aanvraag”. Dat is precies wat het zegt: de informatie bestáát, maar zit in het informatiememorandum in plaats van op de website. Voor een fonds dat onder de AFMAFMAutoriteit Financiële Markten. Houdt toezicht op gedragsregels en informatievoorziening in de Nederlandse financiële sector. Zie de Wft voor de wettelijke grondslag.-vrijstelling werkt is dat vaak een bewuste keuze — hoe minder er publiek geadverteerd wordt, hoe kleiner de kans dat een toezichthouder de communicatie als aanbieding aan het publiek leest.
Het gevolg voor u als belegger is er niet minder om. De informatie die u nodig heeft om twee fondsen naast elkaar te leggen, komt pas beschikbaar nadat u zich bij beide heeft gemeld. En op dat moment bent u geen anonieme vergelijker meer, maar een lead.
Wat u er zelf mee kunt
Drie dingen die in de praktijk werken:
- Vraag de omvang expliciet, en vraag ook de peildatum erbij. “Ongeveer 50 miljoen” zonder datum kan twee jaar oud zijn. Een fonds in werving groeit; een fonds in afbouw krimpt.
- Zet de omvang naast het aantal onderliggende posities. Dat verhoudingsgetal zegt meer over spreiding dan het absolute bedrag. Wij noemen het niet voor niets bij elk profiel waar we het hebben.
- Behandel het uitblijven van een antwoord als een antwoord. Een aanbieder die de fondsomvang na een directe vraag niet noemt, geeft daarmee informatie over hoe de rest van het gesprek zal verlopen.
Voor de bredere versie van deze oefening — welke vragen een fondsmanager niet uit zichzelf beantwoordt — schreven we eerder Wat u niet ziet op fondssites. En hoe wij bepalen wat we wel en niet als geverifieerd opnemen, staat in onze methodologie voor open data.
Waarom wij dit publiceren
Het zou comfortabeler zijn om alleen te laten zien wat we wél weten. Maar een vergelijkingssite die zwijgt over de gaten in zijn eigen data, suggereert een volledigheid die er niet is. Deze cijfers zijn dus net zo goed een verantwoording als een analyse: bij het gebruik van onze fondsenoverzicht is de fondsomvang een veld dat vaker leeg is dan gevuld, en nu weet u waarom.
Wij herhalen deze telling periodiek, en dat is niet vrijblijvend: bij de vorige ronde noemde één op de zeven fondsen zijn omvang, nu bijna de helft. Dat verschil komt niet doordat aanbieders opener zijn geworden, maar doordat wij meer memoranda hebben gelezen — het cijfer stond er vaak al, alleen niet op een website. Peildatum van deze telling: 4 september 2026.