In het marketingmateriaal van alternatieve fondsen vindt u twee soorten “historische rendementen” die op het oog identiek lijken. Het eerste is een track record — daadwerkelijk gerealiseerde resultaten van afgesloten fondsen of mandaten. Het tweede is een backtest — een simulatie van wat de huidige strategie zou hebben opgeleverd als hij in het verleden was uitgevoerd. Beide kunnen indrukwekkend ogen. Slechts één van beide is daadwerkelijk gebeurd.
Het verschil in één zin
- Track recordTrack recordDe gerealiseerde resultaten van eerdere fondsen van dezelfde beheerder. Alleen bruikbaar als u weet wat er is meegeteld: afgewikkelde fondsen of ook lopende, wel of niet gecorrigeerd voor de fondsen die het slecht deden, en behaald bij deze organisatie of bij een vorige werkgever. Een track record zonder die drie antwoorden is een opgave, geen bewijs. = wat investeerders werkelijk hebben ontvangen, na alle kosten, in werkelijke marktomstandigheden, met werkelijke exitsExitDe verkoop van een portefeuillebedrijf of pand, en daarmee het moment waarop papieren waarde echte kasstroom wordt. Bij private equity meestal een verkoop aan een andere partij of een beursgang; het is de gebeurtenis die de distributies op gang brengt en waar de carried interest op wordt afgerekend. en werkelijke liquiditeitsmomenten.
- Backtest = wat een rekenmodel berekent dat de strategie zou hebben gedaan, op basis van historische data en hindsight-gekozen parameters.
Het lijkt klein. Het is groot. Een backtest van een private-equity-strategie met 12% IRRIRRInternal rate of return: de discontovoet waarbij de netto contante waarde van alle kasstromen — uw stortingen én de uitkeringen — precies nul is. In private equity de standaardmaat, omdat het kapitaal in tranches wordt opgevraagd en een gemiddeld jaarrendement dat niet kan verwerken. De IRR weegt timing mee: een uitkering in jaar drie telt zwaarder dan hetzelfde bedrag in jaar acht. is conceptueel iets anders dan een afgesloten PE-fonds dat 12% IRR daadwerkelijk heeft uitgekeerd.
Vier redenen waarom een backtest optimistisch is
1. Survivorship bias
Een backtest die rekent met “alle bedrijven in deze sector tussen 2010 en 2020” sluit per definitie de bedrijven uit die failliet zijn gegaan en niet meer in de database staan. Een werkelijke strategie zou óók in die bedrijven hebben kunnen investeren — en verliezen.
2. Look-ahead bias
In een backtest weet de simulatie vooraf welke bedrijven het zouden gaan worden. In werkelijkheid moet een manager kiezen op basis van informatie op het beslis-moment. De winnaars zijn alleen achteraf zichtbaar; het selecteren ervan in een backtest is hindsight, geen strategie.
3. Parametrisering achteraf
Een backtest met 12% IRR werd waarschijnlijk meerdere keren gedraaid met verschillende parameters totdat het cijfer “goed” was. Een werkelijk fonds krijgt zijn parameters niet opnieuw te kalibreren.
4. Geen liquidity friction
Backtests rekenen meestal met theoretische prijzen, niet met daadwerkelijke aan- en verkoop-spreads, taxatie-aanpassingen of forced sales. In een werkelijke crisis zijn die frictie-kosten reëel.
Hoe herkent u welk soort cijfer u leest
Vier signalen om op te letten:
| Signaal | Wat het zegt |
|---|---|
| ”Op basis van proprietary methodology” | Vrijwel altijd backtest. Werkelijke track records hoeven geen methodology — ze zijn wat ze zijn. |
| ”Past performance, gerealiseerd door Fund I, II en III” | Werkelijk track record. Verifieerbaar per fonds. |
| ”Indicative returns over the strategy” | Backtest of simulatie. “Strategy” zonder fondsnaam = niet daadwerkelijk uitgegeven. |
| Naam van een fonds + jaar + IRR per regel | Werkelijk track record. Daarmee is bedoeld: u kunt de jaarverslagen opvragen en verifiëren. |
Wanneer een backtest legitiem is
Niet elke backtest is misleidend. Voor nieuwe strategieën zonder track record is een backtest soms het enige beschikbare alternatief — en als de aanbieder expliciet aangeeft “dit is simulatie, niet werkelijk rendement”, dan is de claim eerlijk.
Twee voorwaarden voor een legitieme backtest:
- Expliciete labelling als backtest. Niet weggemoffeld in een voetnoot, maar gelijkwaardig aan de claim zelf.
- Transparante methodologie. De rekenkundige aannames (welke bedrijven, welke kosten, welke periode) moeten reproduceerbaar zijn.
Eén voorwaarde tegen: een backtest aanvullen met een track record van iets anders. Bijvoorbeeld: “de strategie heeft historisch 14% IRR opgeleverd (backtest); fonds III heeft 12% IRR (gerealiseerd)” — waarbij fonds III een andere strategie heeft. Dit gebeurt vaker dan u zou denken.
Op Fondskompas
In ons schema onderscheiden wij rendementMetric met expliciete waarden — irr, coupon, multiple, verwacht, vast, dividend, totaal_rendement. rendementMetric zegt in wélke maatstaf het streefcijfer uit het fondsdocument staat — IRR, couponCouponVaste, periodieke rente-uitkering. Typisch voor private debt en obligatieachtige fondsen., multipleMultipleTotale uitkering gedeeld door totale inleg. Een multiple van 1,8x betekent dat de belegger 1,8 keer de inleg terugkrijgt. Voor één enkele deal heet dit MOIC; voor het hele fonds TVPI., dividend — en niet dat het cijfer gerealiseerd is; de rij op de fondspagina heet daarom Streefrendement. Een gerealiseerd resultaat draagt een eigen veld met een eigen maatstaf, en wij zetten de twee alleen naast elkaar wanneer die maatstaf dezelfde is. Op de fondspagina ziet u de metric en kunt u erop sorteren — streef-IRR vergelijken met streef-IRR, niet streef met gerealiseerd.
In het manager-interview vragen wij standaard: “Welke onderdelen van uw track-record-claim zijn werkelijk uitgekeerd geld, en welke zijn op basis van actuele NAVNAVNet Asset Value: de gewogen waarde van alle deelnemingen van het fonds, minus eventuele schulden van het fonds. Wordt door de beheerder periodiek geschat — typisch elk kwartaal of halfjaar. Bij illiquide fondsen blijft NAV vaak op kostprijs staan tot een exit nadert. of backtest?” Het antwoord is bijna altijd verhelderend.
Tot slot
Een goede manager kan een legitieme backtest tonen voor een nieuwe strategie en daarnaast gerealiseerde track records van aanverwante fondsen. Een minder eerlijke manager mengt de twee tot één indrukwekkende lijn op een grafiek. Het verschil zit in de voetnoot, in de label en in het antwoord op de directe vraag.